In het Licht der Waarheid - Graalsboodschap, Deel 1 (eBook)

Abd-ru-shin

2,99 EUR
Áfával,
szállítási költség


Elérhetőség: Készleten

2,99 EUR
Áfával,
szállítási költség


Leírás

Részletek

De drie delen van het boek In het Licht der Waarheid bevatten samen 168 voordrachten die de lezer de weg wijzen naar Godsbesef en inzicht in de wereld en in zichzelf.

Abd-ru-shin, de schrijver van de Graalsboodschap, droeg de burgerlijke naam Oskar Ernst Bernhardt (1875 - 1941). Met het boek In het Licht der Waarheid wilde hij alle naar waarheid zoekende mensen ‘toorts en staf’ bieden op de weg van de geestelijke ontwikkeling naar werkelijk geluk en een betere samenleving. Zonder omwegen voert de Graalsboodschap weg uit de chaos en verwarring van de tegenwoordige tijd. Vragen van het menselijk bestaan worden eenvoudig en helder beantwoord. De basis daarvoor wordt gevormd door universele scheppingswetten, waarvan de natuurwetten die wij op aarde kennen een direct uitvloeisel vormen.

Naast antwoorden op alle grote vragen naar de zin van het bestaan vindt de lezer in de Graalsboodschap ook hulp voor velerlei levensproblemen. Stap voor stap ontvouwt zich voor hem een nieuw, alomvattend beeld van de schepping, waarin geloof en wetenschap tot eenheid worden en alle tegenstellingen tussen bestaande religies komen te vervallen.

De drie delen van In het Licht der Waarheid vormen als samenhangend geheel een onvergelijkbaar basiswerk van het scheppingweten.

További információk
Szerző Abd-ru-shin
ISBN 978-3-87860-632-1
Formátum .epub, .mobi (zonder kopieerbeveiliging/DRM)
Nyelv Nederlands
Előnézet

Előnézet

TEN GELEIDE!

De blinddoek valt af en geloof wordt tot overtuiging. Alleen in de overtuiging ligt bevrijding en verlossing!

Ik spreek alleen tot hen die ernstig zoeken. Zij moeten in staat en bereid zijn zakelijk dit zakelijke te onderzoeken! Laten religieuze fanatici en onevenwichtige dwepers er verre van blijven, want zij zijn voor de Waarheid schadelijk. Kwaadwilligen echter en zij die niet zakelijk zijn, zullen in de woorden zelf hun vonnis vinden.

De Boodschap zal alleen hen treffen, die nog een vonk Waarheid in zich dragen en het innige verlangen werkelijk mens te zijn. Voor al deze mensen zal hij ook tot toorts en tot staf worden. Zonder omwegen voert hij weg uit alle chaos van de huidige verwarring.

Het Woord dat hier volgt, brengt geen nieuwe religie, maar het moet de fakkel zijn voor alle ernstige toehoorders of lezers, om daarmee de juiste weg te vinden, die hen naar de vurig verlangde hoogte leidt.

Alleen wie zichzelf beweegt, kan geestelijk vooruitkomen. De dwaas die zich daartoe van hulpmiddelen van buitenaf bedient in de vorm van bestaande opvattingen, gaat zijn weg slechts als op krukken, terwijl de gezonde eigen ledematen daarbij uitgeschakeld zijn.

Zodra hij echter alle gaven die in hem sluimeren, wachtend om door hem te worden gewekt, vastberaden als uitrusting voor zijn omhoogstijgen gebruikt, benut hij het hem toevertrouwde talent volgens de Wil van zijn Schepper en zal hij spelenderwijs alle hindernissen overwinnen, die zijn weg willen versperren om hem daarvan af te brengen.

Daarom ontwaakt! Alleen in de overtuiging ligt het ware geloof, en overtuiging komt uitsluitend door niets ontziend overwegen en onderzoeken! Staat als levende mensen in de prachtige schepping van uw God!

 

Abd-ru-shin

 

WAT ZOEKT GIJ?

Wat zoekt gij? Wat jaagt gij zo onstuimig na? Als een storm gaat het over de wereld, en een stortvloed van boeken overstroomt alle volkeren. Geleerden zoeken in de oude geschriften, studeren en piekeren totdat zij geestelijk uitgeput zijn. Profeten duiken op om te waarschuwen, te beloven ... van alle kanten wil men plotseling als door koorts gedreven nieuw licht verbreiden!

Zo raast dit alles op het ogenblik over de doorwoelde menselijke ziel heen, niet lavend en verkwikkend, maar verzengend, verterend, zuigend aan het laatste beetje kracht, dat de ontredderden in deze duisternis van de tegenwoordige tijd nog rest.

Ook is er hier en daar een mompelen te vernemen, een geheimzinnig fluisteren, ontstaan door de groeiende verwachting van iets dat komen gaat. Onrustig is iedere zenuw, gespannen door een onbewust verlangen. Het woelt en deint, en boven dat alles hangt somber broeiend een soort verdoving. Onheilspellend. Wat moet hieruit voortkomen? Verwarring, moedeloosheid en ondergang, indien niet met kracht de duistere laag wordt doorbroken, die geestelijk thans de aardbol omhult en die met de weke taaiheid van een stinkend moeras iedere omhoogstijgende vrije, met het Licht verbonden gedachte opvangt en verstikt, voordat zij krachtig is geworden, en met het onheilspellend zwijgen van een modderpoel ieder goed willen reeds in de kiem onderdrukt, verteert en vernietigt, voordat er een daad uit kan ontstaan.

Maar de roep der zoekenden om licht, die de kracht in zich heeft om het slijk te doorklieven, wordt in een verkeerde richting geleid en sterft weg tegen een ondoordringbaar gewelf, dat juist diegenen met veel ijver oprichten, die menen te helpen. Zij bieden stenen in plaats van brood!

Kijkt eens naar de talloze boeken:

De mensengeest wordt hierdoor slechts vermoeid, niet opgewekt! En dat is het bewijs hoe onvruchtbaar alles is, wat ze bieden. Want wat de geest vermoeit, is nooit het ware.

Geestelijk brood versterkt onmiddellijk, Waarheid verkwikt en Licht brengt tot leven!

Eenvoudige mensen moeten immers de moed verliezen, wanneer zij zien welke muren door de zogenaamde geesteswetenschap rond het generzijdse worden opgericht. Wie van deze eenvoudige mensen zal de geleerde volzinnen, wie de vreemde wijze van uitdrukken begrijpen? Is het generzijdse dan iets dat alleen de beoefenaars van de geesteswetenschap aangaat?

Men spreekt daarbij over God! Zou er een hogeschool moeten worden opgericht om daar pas de bekwaamheid te verkrijgen om tot inzicht te komen omtrent het begrip van de Godheid? Waartoe leidt deze behoefte, die hoofdzakelijk slechts uit eerzucht voortkomt?

Als waren zij dronken, zo wankelen de lezers en de toehoorders van het ene punt naar het andere, onzeker, innerlijk onvrij, vooringenomen, omdat zij van de eenvoudige weg werden afgeleid.

Luistert, gij moedelozen! Kijkt omhoog, gij ernstig zoekenden: De weg, die naar de Allerhoogste leidt, staat voor ieder mens open! Geleerdheid is niet de poort daartoe!

Koos Jezus Christus, dit grote voorbeeld op de ware weg naar het Licht, zijn discipelen onder de geleerde farizeeërs? Onder de schriftgeleerden? Hij nam hiervoor mensen, die natuurlijk en eenvoudig waren, omdat deze niet behoefden te strijden tegen de grote dwaling, dat de weg naar het Licht slechts met grote moeite geleerd kan worden en moeilijk moet zijn.

Deze gedachte is de grootste vijand van de mens, het is een leugen.

Wendt u daarom af van alle zogenaamde wetenschap, wanneer het gaat om het heiligste in de mens, dat volledig moet worden begrepen! Houdt er mee op, omdat de wetenschap als voortbrengsel van het menselijk brein stukwerk is en stukwerk moet blijven.

Bedenkt, hoe zou moeizaam aangeleerde wetenschap tot de Godheid moeten leiden? Wat is trouwens weten? Weten is wat de hersenen kunnen begrijpen. Hoe eng begrensd is echter het begripsvermogen van de hersenen, die vast aan ruimte en tijd gebonden blijven. Reeds wat eeuwigheid is en wat oneindigheid betekent, kunnen de menselijke hersenen niet bevatten. Juist datgene, wat met de Godheid onverbrekelijk verbonden is.

Maar machteloos staan de hersenen tegenover de ondoorgrondelijke kracht, die al het bestaande doorstroomt, en waaruit ze zelf de mogelijkheid putten om te werken. De kracht die allen dagelijks, ieder uur, elk ogenblik ervaren als iets dat vanzelf spreekt, en waarvan ook de wetenschap het bestaan steeds heeft toegegeven, en die men toch met de hersenen, dus met het weten en het verstand vergeefs tracht te doorgronden, te begrijpen.

Zo gebrekkig is nu de werking van de hersenen, die het fundament en het werktuig zijn van de wetenschap, en deze beperking zet zich natuurlijk ook voort in de werken die zij tot stand brengen, dus in alle wetenschappen zelf. Daarom is wetenschap wel geschikt ter navolging, voor een beter begrijpen, indelen en rangschikken van al datgene, wat zij klaar in ontvangst neemt van de boven alles staande scheppingskracht, doch zij moet zonder meer falen, indien zij zichzelf wil opwerpen tot leider, of kritiek wil uitoefenen - zolang zij zich zoals tot dusver zo vast aan het verstand, dus aan het begripsvermogen van de hersenen bindt.

Om die reden blijft geleerdheid, en ook de mensheid die zich daarnaar richt, steeds in details steken, terwijl ieder mens het grote, niet te bevatten geheel als geschenk in zich draagt, volledig in staat om zonder zware studie het edelste en hoogste te bereiken!

Daarom moet er een einde komen aan de nodeloze foltering door geestesslavernij! De grote Meester roept ons niet zonder reden toe: "Wordt als de kinderen!"

Wie de vaste wil tot het goede in zich heeft en zich inspant om aan zijn gedachten reinheid te verlenen, die heeft de weg naar de Allerhoogste reeds gevonden! Al het andere zal hem dan ten deel vallen. Daarvoor zijn boeken noch geestelijke inspanning nodig, ascese noch afzondering. Hij wordt gezond van lichaam en ziel, bevrijd van iedere druk, die het gevolg is van ziekelijk tobben, want iedere overdrijving schaadt. Mensen moet u zijn, geen kasplanten, die door een eenzijdige ontwikkeling bij het eerste zuchtje van de wind bezwijken!

Ontwaakt! Kijkt om u heen! Luistert in uw binnenste! Dat alleen is in staat de weg te openen!

Let niet op de strijd der kerken. De grote Brenger van de Waarheid, Jezus Christus, de belichaming van de goddelijke Liefde, vroeg niet naar een geloofsbelijdenis. Wat is trouwens tegenwoordig een geloofsbelijdenis? Een binding van de vrije mensengeest, een tot slaaf maken van de vonk van God, die in u is; dogma's die het werk van de Schepper en ook diens grote Liefde in door het menselijk verstand voorgeschreven vormen trachten samen te persen, wat een omlaag halen van het Goddelijke betekent, een stelselmatige ontwaarding.

Iedere ernstig zoekende wordt hierdoor afgestoten, omdat hij daarbij innerlijk nooit de grote werkelijkheid kan beleven, waardoor zijn verlangen naar de Waarheid steeds uitzichtlozer wordt, en hij tenslotte aan zichzelf en aan de wereld gaat twijfelen!

Daarom ontwaakt! Verbrijzelt in uzelf de dogmatische muren, rukt de blinddoek af, opdat het reine Licht van de Allerhoogste onvertroebeld tot u door kan dringen. Juichend zal zich dan uw geest in een vlucht omhoog verheffen, jubelend zal hij al de grote Vaderliefde voelen, die de grenzen van het aardse verstand niet kent. U weet dan eindelijk dat u deel uitmaakt van deze Liefde, begrijpt haar zonder moeite en in haar volle omvang, verenigt zich ermee, en ontvangt zo iedere dag, ieder uur nieuwe kracht als een geschenk, dat voor u het omhoogstijgen uit de chaos tot iets vanzelfsprekends maakt!

 

DE ROEP OM DE HELPER

Laten wij eens al die mensen nader beschouwen, die in deze tijd met bijzonder grote ijver een geestelijke helper zoeken, deze met een gevoel van innerlijke verhevenheid verwachten. Volgens hun eigen mening zijn zij zelf geestelijk al volkomen voorbereid om hem te herkennen en naar zijn woord te luisteren!

Bij rustige beschouwing zien wij zeer veel verdeeldheid. De zending van Christus heeft bijvoorbeeld bij veel mensen een eigenaardige uitwerking gehad. Zij vormden zich daarvan een verkeerd beeld. De reden hiervan was zoals gewoonlijk een verkeerde beoordeling van zichzelf, overschatting.

In plaats van de vroegere eerbied en het bewaren van een vanzelfsprekende afstand en een scherpe scheiding tussen henzelf en hun God is aan de ene kant een klagelijk bedelen gekomen, dat altijd alleen maar wil ontvangen, maar tot geen prijs zelf daarvoor iets wil doen. Het "bid" hebben zij wel aangenomen, maar dat daarop ook nog "en werk" volgt, "werk aan uzelf", dat willen zij niet weten.

Aan de andere kant denkt men weer zo zelfstandig te zijn, zo onafhankelijk, dat men in staat is alles zelf te doen en met enige moeite zelfs goddelijk wordt.

Er zijn ook veel mensen, die alleen maar eisen en verwachten, dat God hen moet nalopen. Daar Hij immers eens zijn Zoon al heeft gezonden, heeft Hij daarmee het bewijs geleverd, hoeveel Hem er aan gelegen is dat de mensheid nader tot Hem komt, ja dat Hij deze waarschijnlijk zelfs nodig heeft!

Waarheen men kijkt, overal is alleen nog maar aanmatiging te vinden, geen deemoed. De juiste zelfbeoordeling ontbreekt.-

Het zal in de eerste plaats noodzakelijk zijn, dat de mens van zijn kunstmatige voetstuk afkomt, om werkelijk mens te kunnen zijn, om als zodanig met het omhoogstijgen te beginnen.

Hij zit thans geestelijk opgeblazen aan de voet van de berg in een boom, in plaats van met beide voeten stevig en veilig op de aardbodem te staan. Daarom zal hij de berg ook nooit kunnen beklimmen, tenzij hij eerst uit de boom naar beneden klimt of eruit valt.

Intussen zijn dan echter waarschijnlijk al degenen, die rustig en verstandig op de grond onder zijn boom hun weg gingen en op wie hij hoogmoedig neerkeek, boven op de top aangekomen.

Maar de loop der dingen komt hem daarbij te hulp, want de boom zal omvallen, zeer binnenkort. Misschien komt de mens dan nog eens tot betere gedachten, wanneer hij zo onzacht van zijn wankele hoge plaats op de grond neerkomt. Dan is het echter voor hem de allerhoogste tijd, hij heeft dan geen uur meer te verliezen.

Op het ogenblik denken velen, dat het in dezelfde sleur zo verder kan gaan als het al duizenden jaren is gegaan. Breeduit en behaaglijk zitten zij in hun stoel en wachten op een sterke helper.

Doch hoe stellen zij zich deze helper voor! Het is werkelijk erbarmelijk.

In de eerste plaats verwachten zij van hem, of om het maar eens precies te zeggen: eisen zij van hem, dat hij voor iedereen afzonderlijk de weg bereidt, die hem omhoogleidt naar het Licht! Hij moet zich inspannen om voor de aanhangers van ieder geloof de brug te slaan naar de weg van de Waarheid! Hij moet het zo gemakkelijk en zo duidelijk maken, dat iedereen het zonder moeite kan begrijpen. Zijn woorden moeten zo gekozen zijn, dat de juistheid ervan groot en klein van alle standen zonder meer overtuigt.

Zodra de mens zich daarbij zelf moet inspannen en zelf moet denken, dan is het geen goede helper. Want indien hij geroepen is om door zijn woord leiding te geven en zo de juiste weg te tonen, dan moet hij zich natuurlijk ook voor de mensen inspannen. Het is zijn zaak de mensen te overtuigen, op te wekken! Christus liet immers ook zijn leven.

Wie thans zo denken, en het zijn er velen die daartoe behoren, die behoeven zich niet meer in te spannen, want zij zijn als de dwaze maagden, gaan het "te laat" tegemoet!

De helper zal hen zeker niet wekken, maar hen rustig verder laten slapen, totdat de poort gesloten is en zij geen toegang meer kunnen krijgen tot het Licht, daar zij zich niet te rechter tijd uit het gebied van het stoffelijke kunnen bevrijden, waartoe het woord van de helper hen de weg wees.

Want de mens is niet zo belangrijk als hij zich heeft ingebeeld. God heeft hem niet nodig, maar hij zijn God!

Daar de mensheid bij zijn zogenaamde vooruitgang tegenwoordig niet meer weet wat hij eigenlijk wil, zal hij eindelijk moeten leren begrijpen wat hij moet!

Dit soort mensen zal al zoekend en ook met hooghartige kritiek eraan voorbijgaan, zoals ook zo velen destijds reeds aan Hem voorbijgingen, op wiens komst alles door de openbaringen reeds was voorbereid.

Hoe kan men zich een geestelijke helper zo voorstellen!

Hij zal de mensheid in geen enkel opzicht ook maar één voetbreed tegemoetkomen en eisen overal, waar men verwacht dat hij geeft!

Die mens echter, die in staat is ernstig te denken, zal dadelijk inzien dat juist door de strenge, onverbiddelijke eis zorgvuldig na te denken de beste hulp wordt gegeven, die de reeds zo diep in haar geestelijke traagheid verstrikte mensheid voor haar redding nodig heeft! Juist doordat een helper voor het begrijpen van zijn woorden bij voorbaat geestelijke beweeglijkheid verlangt en een ernstig willen, een zich-inspannen, scheidt hij al bij het begin spelenderwijs het kaf van het koren. Daarin ligt een zelfwerkzaamheid, zoals eigen is aan de goddelijke wetten. Het vergaat de mensen ook hierbij precies overeenkomstig hun eigenlijke willen.-

Nu is er echter ook nog een groep mensen, die van zichzelf menen, dat zij bijzonder beweeglijk zijn!

Deze hebben zich van een helper natuurlijk een heel ander beeld gevormd, zoals men uit hun geschriften kan lezen. Dit is echter niet minder zonderling, want daarin verwachten zij een ... geestelijke acrobaat!

Er wordt immers toch al door duizenden mensen aangenomen, dat helderzien en helderhoren, helderweten enzovoort, een grote vooruitgang zou zijn, wat het in werkelijkheid echter niet is. Zoiets aangeleerds, aangekweekts, zelfs het als gave meegebrachte, kan zich nooit boven de aardse invloed verheffen, beweegt zich dus slechts binnen lage grenzen, die nooit aanspraak op iets verhevens kunnen maken en daarom tamelijk waardeloos zijn.

Wil men de mensheid soms daarmee bij het omhoogstijgen helpen, door haar de fijnstoffelijke dingen te tonen, die zich op dezelfde hoogte bevinden als zijzelf, of haar te leren deze te zien, te horen?

Dit heeft met het werkelijke omhoogstijgen van de geest niets te maken. Evenmin heeft het zin voor het aardse gebeuren! Het zijn kunststukjes van de geest en niets anders - voor de enkeling interessant, maar voor de mensheid als geheel zonder enige waarde!

Dat al dergelijke mensen ook naar een soortgelijke helper verlangen, die het tenslotte beter kan dan zij, is immers heel gemakkelijk te begrijpen.-

Maar er is een groot aantal mensen, dat in dit opzicht nog veel verder gaat, tot in het belachelijke. En voor wie dit desondanks bittere ernst is.

Voor hen geldt als een bewijs van helper-zijn bijvoorbeeld ook als eerste voorwaarde, dat een helper ... niet verkouden mag worden! Wie kou kan vatten, heeft al afgedaan, want dit past volgens hun mening niet bij een ideale helper. Een sterke helper moet in ieder geval en in de eerste plaats met zijn geest volkomen boven dergelijke kleinigheden verheven zijn.

Dit klinkt misschien wat gezocht en belachelijk, maar het is slechts ontleend aan feiten en betekent een zwakke herhaling van wat destijds werd geroepen: "Indien gij Gods zoon zijt, help dan uzelf en kom af van het kruis." - Dat wordt thans al geroepen, voordat een dergelijke helper nog maar in zicht is!

Arme, onwetende mensen! Degene die zijn lichaam zo eenzijdig ontwikkelt, dat het onder dwang van de geest bij tijden ongevoelig wordt, is volstrekt niet een uitzonderlijk groot mens. Zij die hem bewonderen, zijn als de kinderen uit vroeger eeuwen, die met open mondjes en schitterende ogen de acrobatische toeren van rondtrekkende kermisklanten volgden, waarbij het brandende verlangen in hen ontwaakte om zelf ook zo iets te kunnen doen.

En zoals de kinderen toen waren op dit volkomen aardse gebied, niet verder zijn zeer vele zogenaamde zoekers van de geest of van God in de huidige tijd op geestelijk gebied!

Laten wij eens verder doordenken: de kermisreizigers uit vroeger tijden, waar ik zojuist over sprak, ontwikkelden zich meer en meer en werden tot de acrobaten in circus en variété. Hun behendigheid groeide tot in het ongelofelijke en dagelijks kijken ook nu nog duizenden verwende mensen met steeds weer nieuwe verbazing en dikwijls innerlijke huivering naar deze voorstellingen.

Maar hebben zij daarvan voor zichzelf enig profijt? Wat nemen zij van zulke uren mee? Ofschoon zo menige acrobaat bij dergelijke voorstellingen ook zijn leven waagt. Absoluut niets, want zelfs bij de hoogste vervolmaking zullen al deze dingen altijd slechts in het kader van variété en circus moeten blijven. Ze zullen altijd slechts tot vermaak dienen en de mensheid nooit enig nut brengen.

Een dergelijke acrobatiek op geestelijk gebied verlangt men echter thans als maatstaf voor de grote helper!

Laat deze mensen hun geestelijke clowns! Zij zullen gauw genoeg beleven waar dit toe leidt! Zij weten ook niet wat zij daarmee eigenlijk najagen. Zij denken: groot is alleen hij, wiens geest het lichaam zo beheerst, dat dit geen ziekte meer kent!

Iedere dergelijke bekwaming is eenzijdig en eenzijdigheid brengt alleen maar iets ongezonds, iets ziekelijks voort! Door deze dingen wordt niet de geest gesterkt, maar alleen het lichaam verzwakt! Het noodzakelijke evenwicht voor gezonde harmonie tussen het lichaam en de geest wordt te niet gedaan en het einde hiervan is dat zulk een geest zich tenslotte veel vroeger losmaakt van het mishandelde lichaam, dat hem niet meer de krachtige, gezonde weerklank kan geven voor het aardse beleven. Door het ontbreken hiervan komt de geest dan echter onrijp in het generzijdse. Hij zal zijn leven op aarde daarom nog eens over moeten doen.

Het zijn geestelijke kunststukjes, niets anders, die ten koste van het aardse lichaam gaan, dat de geest in werkelijkheid moet helpen. Het lichaam behoort bij een bepaalde periode van ontwikkeling van de geest. Indien dit echter wordt verzwakt en onderdrukt, dan kan het ook voor de geest niet veel waarde hebben, want zijn uitstralingen zijn te mat om deze in het stoffelijke de volle kracht te geven, die hij nodig heeft.

Wanneer een mens een ziekte wil onderdrukken, dan moet hij door geestelijke druk het lichaam in een toestand van extase brengen, zoals in het klein angst voor de tandarts de pijn kan verdringen.

Zonder gevaar te lopen houdt het lichaam zulke toestanden van hevige opwinding wel één keer, misschien ook verschillende keren uit, maar niet op de lange duur zonder ernstig schade te lijden.

En indien een helper dat doet of aanraadt, dan is hij niet waard een helper te zijn, want hij zondigt daarmee tegen de natuurlijke wetten in de schepping. De aardemens moet zijn lichaam als een hem toevertrouwd goed verzorgen en trachten de gezonde harmonie tussen de geest en het lichaam tot stand te brengen. Wordt deze door eenzijdig onderdrukken verstoord, dan is dit geen vooruitgang, geen omhoogstijgen, maar een ingrijpende belemmering voor het vervullen van zijn taak op aarde, alsook in het gehele stoffelijke. De volle kracht van de geest wat betreft zijn werken in het stoffelijke gaat daarbij verloren, omdat deze daarvoor in ieder geval de kracht van een niet onderdrukt, maar met de geest harmoniërend aards lichaam nodig heeft!

Degene die men op grond van dergelijke dingen een meester noemt, is minder dan een leerling die de taken van de mensengeest en hetgeen hij nodig heeft om zich te ontwikkelen in het geheel niet kent! Hij is zelfs schadelijk voor de geest.

Zij zullen spoedig genoeg op pijnlijke wijze tot het inzicht van hun dwaasheid komen.

Maar iedere verkeerde helper zal bittere ervaringen moeten opdoen! Zijn omhoogstijgen in het generzijdse kan pas dan beginnen, wanneer ook de laatste van al diegenen tot inzicht is gekomen, die hij door geestelijke beuzelarijen heeft opgehouden of zelfs op een dwaalspoor heeft gebracht. Zolang zijn boeken, zijn geschriften hier op aarde verder doorwerken, wordt hij daarginds vastgehouden, ook al is hij intussen daar tot een beter inzicht gekomen.

Wie aanraadt zich in het occulte te bekwamen, die geeft de mensen stenen in plaats van brood en toont daarmee, dat hij niet het geringste vermoeden heeft van het werkelijke gebeuren in het generzijdse en nog minder van het gehele raderwerk van de schepping!